De Esigbond heeft kennis genomen van de beslissing die vandaag door het Gerechtshof in Den Haag werd uitgesproken in het hoger beroep in kort geding dat de Staat voerde tegen UTVG.
Zij heeft daarbij verheugd geconstateerd dat ook in hoger beroep het Gerechtshof vasthoudt aan het gegeven dat de elektronische sigaret geen geneesmiddel is, maar een genotmiddel.

 

 

Naar de mening van de Esigbond heeft het Gerechtshof hiervoor, samenvattend, de volgende argumenten aangevoerd:
Door geïntimideerde (UTVG) wordt de e-sigaret niet gepresenteerd als een geneesmiddel, en kan deze dus niet op grond van het aandieningscriterium als geneesmiddel worden aangemerkt.
Om een product als geneesmiddel aan te kunnen merken is vereist dat uit wetenschappelijk onderzoek afdoende is gebleken dat het betreffende product een noemenswaardig farmacologisch effect heeft op het menselijk lichaam. Een niet noemenswaardig farmacologisch effect, zoals ook geldt voor bijvoorbeeld koffie, wijn of een gewone sigaret, is daarvoor niet afdoende. Deze producten vallen om die reden dan ook geen van allen onder de Geneesmiddelenwet. Nu uit de huidige stand der wetenschap is geconstateerd dat de farmacologische effecten van een e-sigaret niet groter zijn dan die van een gewone sigaret, kan ook een e-sigaret niet als geneesmiddel worden aangemerkt.
De consument gebruikt de e-sigaret niet als geneesmiddel, maar als genotmiddel.
De vergelijking die de Staat heeft gemaakt met de Nicorette inhaler gaat niet op, nu dit product zichzelf als geneesmiddel presenteert, en om die reden al op grond van het aandieningscriterium als geneesmiddel wordt gekwalificeerd.
De Staat heeft erkend dat de e-sigaret geen acuut gevaar voor de volksgezondheid oplevert. Meer in het algemeen is aannemelijk dat de e-sigaret niet meer risico's voor de volksgezondheid oplevert dan een gewone sigaret. Belemmering van het vrije verkeer van goederen door de Geneesmiddelenwet vereist dat bescherming van de volksgezondheid noodzakelijk is. Nu de volksgezondheid dus niet in het geding is, mag van een belemmering op grond van de Geneesmiddelenwet dan ook geen sprake zijn.
Door het gerechtshof is in deze beslissing verder nog nader vastgelegd dat de uitspraak (slechts) van toepassing is op de producten van de Amerikaanse firma UTVG.

De Esigbond hecht er aan om samen met de wetgever nadere regulering van de branche na te streven, teneinde de kwaliteit en veiligheid van de elektronische sigarettenbranche verder te verbeteren, en onveilige producten of diensten in deze branche te beperken waar mogelijk. Om die reden zal de Esigbond op zeer korte termijn het ministerie van VWS benaderen om nader overleg te voeren inzake de status van andere merken elektronische sigaretten. Daarmee wil de Esigbond voorkomen dat ook andere producenten op individuele basis de gang naar de rechter moeten maken.

Namens de Esigbond,

drs. R.N.G.M. Fresow
voorzitter